Het kwaliteitsraamwerk

Het kwaliteitsraamwerk biedt alle actoren een open kader om hun kwaliteitswerking te documenteren.

Het kwaliteitsraamwerk van Odisee is opgebouwd volgens het principe van de PLAN-DO-CHECK-ACT-cyclus. Het is raadpleegbaar via het intranet van Odisee.

PLAN Beleid
De ambities van onze hogeschool zijn vertaald in de missie, de strategische speerpunten en een aantal specifieke visieteksten (Onderwijs, Praktijkgericht onderzoek, Personeelsbeleid, Kwaliteitszorg …), die op hun beurt worden geconcretiseerd in strategie- en werkingsplannen door alle units van de organisatie (diensten, studiegebieden, opleidingen, campussen, projectgroepen). Naast deze strategische taakstellingen (proactief: gericht op de realisatie van het strategisch beleid), formuleren alle units jaarlijks ook taakstellingen in het kader van hun dagelijkse werking, die veeleer gericht zijn op de optimalisering van de recurrente werking (reactief: opvolging van meetresultaten, aanbevelingen van audits e.d.).

DO Werking
De algemene werking van de hogeschool is beschreven in werkingsafspraken, protocols, reglementen, organogrammen en functiebeschrijvingen. In het werkingsreglement worden verantwoordelijkheden en bevoegdheden geëxpliciteerd, evenals de werking van de diverse overleg- en participatieorganen, stuur- en werkgroepen en ondersteunende diensten.

CHECK Evaluatie
Om de kwaliteit en de impact van het beleid en de werking te evalueren worden diverse metingen en analyses uitgevoerd, volgens een door de dienst onderwijs en kwaliteit (DOK) opgesteld meetplan. Alle organisatieunits kunnen daarnaast meer specifieke metingen uitvoeren op eigen initiatief of daarbij ondersteuning aanvragen) bij de DOK. Niet persoonsgebonden rapporteringen over de resultaten worden in de regel gepubliceerd via het intranet onder de rubriek kwaliteitsraamwerk.

Opleidingskwaliteit

Voor elke opleiding is een indicatorenfiche beschikbaar die jaarlijks wordt gevoed met cijfermateriaal uit diverse informatiebestanden (instroom, doorstroom, uitstroom, internationalisering) en resultaten van tevredenheidsbevragingen bij diverse stakeholders (studenten, personeel, alumni, werkveld). Focusgesprekken rond specifieke thema’s resulteren in verdiepende conclusies. Kwaliteitsaudits (A), assessments van studiemateriaal (S), toetscommissies (T), opleidingsevaluaties (O) en reflectiemomenten (R) zijn vijf belangrijke mijlpalen in de bewaking van de opleidingskwaliteit. Analyseteams buigen zich over de verschillende meetresultaten leggen hun bevindingen voor aan de kernteams voor verdere opvolging. Al deze informatie wordt als input gebruikt voor de externe beoordelingen die zesjaarlijks plaatsvinden in samenwerking met een extern evaluatieorgaan.

Organisatiekwaliteit

De kwaliteitsvolle werking van de organisatie wordt gemeten aan de hand van de vragenlijst Instellingsevaluatie die wordt afgenomen bij studenten, personeelsleden en leidinggevenden. Resultaten worden vervolgens besproken in focusgesprekken per doelgroep. Het instellingsbestuur gaat vervolgens aan de slag met de evaluatieresultaten en de verslagen van de focusgroepen. De organisatiekwaliteit in al zijn aspecten komt verder ook aan bod in de kwaliteitsaudits die jaarlijks plaatsvinden in de verschillende organisatieunits.

Persoonsgebonden kwaliteit

Functionerings- en evaluatiegesprekken zijn het belangrijkste instrument op het vlak van persoonsgebonden kwaliteitsbewaking. Verslagen zijn ter inzage bij de betrokken leidinggevenden en de Personeelsdienst.

ACT Opvolging
Over de voortgang van de strategie- en werkingsplannen (die zowel de strategische taakstellingen als de taakstellingen dagelijkse werking omvatten) wordt door de bevoegde leidinggevenden van alle organisatieunits online gerapporteerd in de rubriek Opvolging van het kwaliteitsraamwerk. De dienst Onderwijs en Kwaliteit maakt daarenboven jaarlijks een instellingsbreed strategie- en werkingsrapport (SWR) op ten behoeve van de Academische Raad, de UC-raad en de Raad van Bestuur. Het SWR bevat zowel een kwalitatief-beschrijvende als kwantitatieve informatie op basis van beleidsindicatoren. Over het recurrente beleid (reactieve taakstellingen, inspelend op kwaliteitsmetingen, auditrapporten e.d.) wordt jaarlijks gerapporteerd. Over het strategisch beleid (proactieve taakstellingen, gericht op de realisatie van de strategische speerpunten) wordt om de twee jaar gerapporteerd.