Ik zal het met letters zeggen,
zul je het lezen als je het niet begrijpt?

Alles wat ik heb gezegd in mijn scriptie kun je lezen via de links op de  document pagina.

The Crystal Goblet, or Printing Should Be Invisible by Beatrice Warde (1900 — 1969)

Hieronder verklaart Beatrice Warde waarom een lettertype pas goed is ontworpen als het juist niet opvalt.

Imagine that you have before you a flagon of wine. You may choose your own favourite vintage for this imaginary demonstration, so that it be a deep shimmering crimson in colour. You have two goblets before you. One is of solid gold, wrought in the most exquisite patterns. The other is of crystal-clear glass, thin as a bubble, and as transparent. Pour and drink; and according to your choice of goblet, I shall know whether or not you are a connoisseur of wine. For if you have no feelings about wine one way or the other, you will want the sensation of drinking the stuff out of a vessel that may have cost thousands of pounds; but if you are a member of that vanishing tribe, the amateurs of fine vintages, you will choose the crystal, because everything about it is calculated to reveal rather than hide the beautiful thing which it was meant to contain.

Enquête

http://www.enquetemaken.be/toonenquete.php?id=127849

Functioneel typografie

Voorlopig heb ik alleen nog maar ontwerpers en ontwerpen beschreven die experimenteren met typografie en die de grenzen van de leesbaarheid aftasten. Als er een radicale gedachtengang is, ontstaat er ook altijd een extreme tegenpool. In de eerste helft van de twintigste eeuw zien we de opkomst van de modernisten die voorstander zijn van het functionalisme in ontwerp.

Een belangrijk persoon die het functionalisme in ontwerp prefereert is natuurlijk de Duitse letterontwerper en grafisch ontwerper Jan Tschichold. Jan Tschichold mag beschouwd worden als een van de belangrijkste typografen van de twintigste eeuw, wiens persoonlijke ontwikkeling sterk verbonden is met de opkomst en evolutie van de moderne twintigste-eeuwse kunst. Niet alleen was hij verantwoordelijk voor de vormgeving van honderden boeken, ook als theoreticus heeft hij grote invloed gehad. Zijn apodictische essays zijn nog altijd een genoegen om te lezen, ook al kun je het soms hartgrondig met hem oneens zijn.

Als jonge kalligraaf bezocht hij een tentoonstelling van het Bauhaus die diepe indruk op hem maakte (zie affiche hier onder). Tschichold ontwikkelde zich vervolgens al snel tot een profeet van het modernisme en wilde bovendien de typografie sterk reformeren: hij wilde af van de traditionele symmetrische typografie en ook de schreefletter zou vervangen moeten worden door de ‘moderne’ schreefloze. Hij publiceerde een belangrijk typografisch handboek dat het uiterlijk van drukwerk blijvend zou beïnvloeden: Die neue Typographie (1928).

In de decennia die hierop volgden, raakte Tschichold er echter langzamerhand van overtuigd dat de Nieuwe Typografie voor bepaalde vormen van drukwerk, met name boeken, niet geschikt is. Zijn inzichten verwoordde hij in 1946 in de lezing ‘Konstanten der Typographie’. In deze lezing verdedigde Tschichold het standpunt dat de typograaf zich zo terughoudend mogelijk zou moeten opstellen om de lezer niet te storen bij het lezen. Nieuwigheden en experimenten dienden vermeden te worden, net als het gebruik van schreefloze letters, die bij lange teksten een ware kwelling zouden zijn.

Ik vond ook nog een interessante tekst die zeker de moeite waard is om te lezen  ‘Wim Crouwel over Jan Tschichold

Herb Lubalin


Lubalin (1918 – 1981)  was een grafisch ontwerper uit New York City. Het is onmogelijk om mijn scriptie te schrijven zonder Lubalin te vernoemen. Hij zorgde ervoor dat typografie ook als beeld kon gezien worden en niet enkel als tekst. Tot het einde van de jaren vijftig werden lettertypes met de hand gezet, min of meer zoals Gutenberg het eeuwen geleden had voorgedaan. Hij manipuleerde lettervormen, woorden en zelfs volledige broodteksten op een manier dat nooit op commercieel niveau nooit eerder was gedaan. Zo werd hij ook soms geconfronteerd met onleesbaarheid.

“Typography can be exciting as illustration and photography. Sometimes you sacrifice legibility to increase impact.”

Piet Zwart

Zwart is een pionier van de moderne typografie. Hij verwierp traditionele typografische regels, in plaats daarvan gebruikte hij de basisprincipes van het Constructivisme en De Stijl in zijn commerciële werk.

Piet Zwart [1885-1977]

The Next Call (geschiedenis)

The Next Call is een tijdschrift gevuld met typografische experimenten en expressionistische, lyrische en dadaïstische teksten.

Werkman / The Next Call [1923-1926]

Werkman / The Next Call [1923-1926]

Experimenten in de typografie doorheen de geschiedenis (Deel 2)

Ook wil ik graag verwijzen naar de Dadaïsten en Futuristen die in de periode tussen 1915 en 1920 hun piek hadden en zich situeerden rond West-Europa. Ze hadden een andere kijk op het typografisch ontwerp vergeleken met hun tijdgenoten. De stroom experimenteert met leesbaarheid door onder andere de lettervormen te abstraheren of het ontwerp te manipuleren. Zo willen ze hun idee aantonen dat typografie misschien toch niet moet worden gelezen om echt te worden verstaan.

Theo Van Doesburg – Wat is Dada
UITGAVE: „DE STIJL” DEN HAAG 1923.

Filippo Marinette (Italiaanse Futurist) 1914-1914

Ook in gedichten in de geschiedenis zien we vaak experimenten met typografie terug

Guillaume Appolinaire – Il Pleut [1916]


Experimenten in de typografie doorheen de geschiedenis (Deel 1)

In de vorige post toonde ik aan dat we het experimenteren met de typografie en met de leesbaarheid van letters in de hedendaagse trends kunnen vinden. Dit  fenomeen is nochtans niets nieuws want het bestond al bij het ontstaan van letters. Een vroeg voorbeeld hiervan zijn de decoratieve initialen van een onbekende duitse meester (E.S.). Hij ontwierp “The Fantastic Alphabet” al in 1465 en “Gothic Alphabet” in 1499. In deze lettertypes zien we dat het decoratieve aspect belangrijker is dan de leesbaarheid.

Letter U van “Fantastic Alphabet” (1465)

“Gothic Alphabet” (1499)

Hieronder zien we het “menschenalphabet” ook wel “The Human alphabet” genoemd getekend door Peter Flötner in 1534. Ook dit alfabet is een grote inspiratiebron voor vele andere ontwerpers.

Fotografen, kunstenaars, letterontwerpers,… maakten door de jaren heen vele variaties op “the Human Alphabet” van Flötner.

Salvador Dali ‘Paul e Gala’ (1931)

Anton Beeke ‘Nude Alphabet’ (1970)

Een wat recentere versie zien we in dit filmpje: Human Alphabet

Ook in de gedichten van Guillaume Apollinaire zien we dat hij al experimenteerde met typografie.

Guillaume Apollinaire “Calligrame” (1918)

Hier onder zal je enkele trends zien die de leesbaarheid aantasten, deze trend worden ook wel ‘The New(er) Typography” genoemd. Deze naam is volgens mij afgeleid van ‘The New Typography’ of ‘Die Neue Typography’, dit was de nieuwe  ideeengang over typografie uit de jaren ’20 van onder andere Jan Tschichold, El lissitzky, laszlo moholy nagy,… Hierover vertel ik nog in de volgende posts op deze blog.

Geometrypography
Bij deze trend wordt er gebruik gemaakt van de geometrische basisfiguren voor het maken van de letters. Deze trend is geïnspireerd/gebaseerd op ‘Baby Teeth’ van Milton Glaser.


Weghalen van het binnenwit
Hier zie je hoe ze de nieuwe trend toepassen, ze vullen het binnenwit op en bij voorkeur maken ze het lettertype extra vet.

Links, Rechts, boven, onder
De leesrichting van de typografie is afwisselend. Zo komen sommige leesteksten op zijn zij of op zijn kop te staan. Ook dit kan de leesbaarheid beïnvloeden.

Scan
Letters worden gescanned en terwijl ook bewogen, zo worden de letters vervormd.

Trapje
De letters worden in een soort ‘trapje’ geplaatst

Doorstrepen
Ook door de trend van het doorstrepen van de letters wordt de tekst minder leesbaar.

Zo zie je dat ook in grafisch ontwerp de jeugd zich baseert op theorieën en ideeën van hun al wat meer ervaren collega’s…

” Traditionally, an experiment is the procedure of testing a hypothesis, but in graphic design the definition is not as simple. (Cameron Zotter)”

Experimenteer er maar op los zo wordt de creativiteit geprikkeld. De uitersten van leesbaarheid worden getest, wat kan en wat kan er niet? Ik zal het verduidelijken met enkele voorbeelden uit het boek ‘Font Family’.

Copyright: Ji Lee

Richard Niessen

Terwijl Martens het vergelijkt met wijn, vergelijkt Richard Niessen het met poëzie. Zij hebben het over typografie met mysterie, een achterliggende betekenis of zeg ik er beter met ‘een onleesbaar kantje ‘aan.

Gedurende de intensieve atelierweek bezochten we enkele zeer interessante bureau’s en ontwerpers. Eén er van was Richard Niessen die in Amsterdam samen met zijn vrouw een ontwerpbureau ‘Niessen en Devries’ heeft opgericht. Wij kregen de kans om zijn boeiende verhalen en zijn visie op het grafisch ontwerp te aanschouwen. Tijdens de presentatie van zijn werken viel het me sterk op dat in bijna elk werk de typografie niet direct leesbaar was. Ik vroeg hem waarom hij dit deed en hij gaf mij zijn visie op ‘niet direct leesbaar ontwerp’.

“Typografie is als poëzie, als je het leest en niet precies weet wat het betekent , ga je er ook dieper over nadenken en blijft het gewoon veel vlugger hangen. Je ziet zoveel dingen op straat en bijna alles wat je ziet gaat er in, maar gaat er ook gewoon direct weer uit en dat vergeet je meteen weer. Ik heb steeds meer de neiging om dingen te maken die je gewoon niet helemaal snapt en ook niet meteen kan lezen, maar die toch gewoon blijven hangen.

Ons magazine kwam bijvoorbeeld in handen van een man. Die man nam de trein, maar die had vertraging en hij wist niet goed wat te doen en zo begon hij ons magazine te lezen. Wanneer hij het helemaal uitgelezen had, mailde hij meteen dat hij het fantastisch vond. Hij zij dat hij heel blij was dat de trein stil stond zodat hij het magazine aandachtig kon lezen, want hij vond het namelijk super. Dit zijn bijvoorbeeld dingen die wat ingewikkelder zijn, waar je echt aandacht moet aan geven en een bepaalde concentratie moet voor hebben, maar waar je ook de spelregels van moet leren kennen. Het wordt dan iets wat compact is maar waar heel veel uitkomt en dit is veel belangrijker dan iets wat je direct snapt en daarmee niet meteen nog eens uit de kast haalt”.


AIM

Karel Martens

Ik vind het altijd belangrijk dat zoals wijn, een ontwerp enige afdronk heeft. Niet  zoals bij frieten met mayonaise, dat het meteen lekker is en dat je er daarna buikpijn van krijgt. Ik vind het belangrijk dat er in het ontwerp nog een verassing verschuild zit. Het feit dat iemand iets wel of niet ziet doet er eigenlijk niet toe. Er moet gewoon nog ‘iets’ zijn.

Quote uit een filmpje die ik zag in een aflevering van vormgevers over Karel Martens.
Het stukje vond ik terug op internet:

Karel Martens

"Er moet gewoon nog 'iets' zijn"

Het begon allemaal op een warme zomerdag…

Het zoeken naar een onderwerp werd een lange tocht, een hele lange tocht, die achteraf gezien toch heel dichtbij te vinden was. Het was moeilijk om als Elise ‘De eeuwige twijfelaar’ Vandeplancke te kiezen tussen mijn interesses en typografie werd de uiteindelijke winnaar in de strijd. Het is iets waar je elke seconde mee kan bezig zijn, de samenleving zit er vol van. Maar wat kun je typografie noemen, is elke letter en elke tekst typografie, is graffiti nog typografie, is dit wel nog leesbaar genoeg  of is het eerder een illustratie gemaakt door letters? Mag er gespeeld worden met de onleesbaarheid van letters of is dit volledig uit den boze?

Er wordt gezegd dat de leesbaarheid uiterst belangrijk is in de regels van de typografie. Nochtans vertelde Karel Martens in zijn documentaire van ‘vormgevers’ op canvas, dat een grafisch beeld kan versterkt worden door te experimenteren met de leesbaarheid van de tekst. Het publiek wordt op die manier veel meer uitgedaagd,maar wat moet ik nu als jonge ontwerpster geloven of  toepassen…? De befaamde ontwerper of de regels?

Op reis zag ik de naam van een restaurant boven de deur hangen (foto onderaan), maar  kon het op het eerste zicht niet echt lezen en toch bleef ik staan om het te kunnen ontcijferen (Terwijl de rest van de groep rustig doorliep). Het beeld heeft dus zeker mijn aandacht getrokken tussen de zoveel andere restaurants. Maar is dit wel echt een goede techniek om de aandacht te trekken, want de rest van de groep stelde er zich geen vragen bij en liepen gewoon door?