De iPad is uitgeroepen tot het product van het het jaar. Of dat terecht is laten we hier wijselijk even in het midden. Maar of je nu je een iPad hebt (of iPhone, of iPodTouch), of een andere Tablet of SmartPhone, dan is het eerste waar je naar op zoek gaat : de “app’s” ofte applications, kleine programma’s die je toelaten uit je je klein, draagbaar hebbeding het maximum te halen.
Natuurlijk heb je daar het weer op (waarover spreken we anders? ), een wereldklok ( we zijn immers wereldburgers), ingebouwde GPS (super!), een agenda (druk, druk, druk!), onze e-mail ( we zijn altijd bereikbaar!), onze contacten … Leuk om uit pakken. e-Books: een heuse ervaring (al die klassiekers gratis!).
Maar wat zijn we we met die draagbare toestellen voor ons taalonderwijs?
Ik laat hier even de Web2.0 toepassingen buiten beschouwing : die veronderstellen immers dat onze studenten dezelfde middelen – die ze hebben- ook effectief gebruiken om een taal te leren. Dat lijkt mij op dit ogenblik net een brug te ver, sommige uitzonderingen te na gesproken.
Dus even terug naar ons, lesgevers, en meer specifiek naar de “app’jes die ikzelf gedownload heb.
Woordenboeken, woordenboeken. Naslagwerken. Reisgidsen. Sommigen gratis, sommigen betalend, maar dan voor een spotprijsje.
Een paar voorbeelden? De Littré? Gratis. Merriam-Webster? Gratis.
Robert, Larousse, Dictionnaire des Synomymes? Spotprijsjes.
Grote uitzondering : Van Dale vraagt voor zijn zeer onvolledige pocketversies 19,99€. (Ze denken nog dat de arme burger zich zand in het oog laat strooien door die éne eurocent verschil)
Dat is waanzinnig duur. Ik heb dat betaald en ben er niet tevreden over!
Ik noem dat hoogmoed. En dat komt uiteindelijk ten val, niet? Temeer dat België een klein land is. En Vlaanderen eigenlijk nog kleiner. Of niet?
19,99€ voor een belachelijke versie van de Van Dale. De Merriam-Webster gratis. Maken we zo het verschil in Europa?

Recente reacties