Het mag eens luidop gezegd worden: de werkdruk in het onderwijs is gigantisch toegenomen (of trap ik nu open deuren in?).
Ik hoor het dagelijks en heb zelf eens een vergelijkende analyse gemaakt.
Na 30 jaar on the field kan je dat, denk ik. Maar eigenlijk moet ik niet zover terug gaan. 10 jaar is genoeg denk ik. En dan zijn we meteen beland bij het ICT verhaal …
Eerste grote kennismaking was Eurocall 98 in Leuven, of all places. Stiekem binnengeslipt. Niet betaald. En begeesterd door wat de mannen van Hot Potatoes toonden. En aan de slag. Dezelfde avond nog. En collega’s meegesleept. De bal was aan’t rollen en de overuren tikten aan. Maar dat waren pioniers (?), enfin, mensen die er in geloofden.
10 jaar later moet iedereen mee. En het zijn geen Hot Potatoes meer. Je moet willens nillens je toeleggen op informatica, soms zelfs in de code duiken. Een halve wiskundige zijn terwijl je net een taalopleiding koos omdat je helemaal geen kaas had gegeten van wiskunde.
Je kan dus niet verder dan in te stappen in die ICT boot, een boot die je liever richting Caraïben zou zien varen.
Ik geloof er nog altijd in, in deze ICT boot, maar ik besef hoe langer hoe meer hoeveel extra dat vraagt van onze lesgevers.
En ik pleit schuldig! Goed wetende dat als ik het niet was, het wel iemand anders zou geweest zijn.
Maar daar stopt het niet bij: Europa heeft beslist dat je je moet schikken naar haar Referentiekader. Ook niets mis mee. Integendeel! Maar het implementeren ervan vergt werk. Veel werk.
En dan komt er nog de Visie bij van de Vlaamse Regering. En die durft wel eens te wijzigen. Zeg nu zelf : Pascal Smet, Frank Vandenbroucke, Marleen Vanderpoorten. Wat hebben die mensen in gemeen? Weinig, hetzij hun ministerpost. Maar ze willen wel allen hun stempel drukken. Hervormen dus. Want als je dat niet gedaan hebt, heb je niets gepresteerd als minister …
Het laatste wat ik hoorde is dat bij een wissel van inspecteurs ook weer nieuwe criteria gangbaar waren. Nieuwe bezems dus.
En die willen blijkbaar ook – of course!- hun stempel drukken.
Dit is dus waar lesgevers tegenaan kijken. Cursussen die ze maken. En aanpassen. Of handboeken screenen.
En ze hebben ook, daarbuiten, kinderen die ziek zijn, ouders die sterven …
En zie : ze slagen er in. Ze maken zich die html codes eigen, ze zitten op Facebook, Twitter, samen met hun studenten. Ze maken heel ingewikkelde oefeningen, met audio, video, afbeeldingen. Ze zitten allemaal op het platform, gebruiken de mogelijkheden, treden in dialoog via forum.
Ze passen de richtlijnen van Europa toe, gaan naar bijscholingen. Ze gaan zelfs mee in die hervormingen van de Vlaamse regering. En ze passen de wisselende instructies van de inspectie toe.
Maar bovenal : ze blijven enthousiast! Ze houden van de klas. En ze willen de taal aanleren.
En ze doen ook extra’s : bv. een poëzie week.
This is a tribute to my colleagues!
Christine



Recente reacties