Motiverend coachen in het onderwijs

Coaching

Copyright: School of education

Vandaag studiedag bijgewoond over “Motiverend coachen in het onderwijs“.
De studiedag was duidelijk bedoeld voor lesgevers in lerarenopleiding en mentoren.  Niets mis met die invalshoek maar voor mij mocht het coachen gerust opengetrokken naar al wie in het onderwijs staat.

Ik weet het, de leraar als “coach” is een modeterm, en wordt dikwijls als dusdanig verguisd.
Toch geloof ik dat je aan kennisoverdracht kan doen (nog zo’n term die soms als een rode lap op een stier werkt) zonder dat je als alles wetende despoot fungeert, en ja, als “begeleider”, je studenten verder helpt.
De “keynote” Moetivatie of motivatie? door Maarten Vansteenkiste bevestigde dit.
Het aantal sessies was zoals gewoonlijk overweldigend en op papier kiezen, zonder abstracts, is echt een loterij.
En soms is het “Bingo!”, soms ook niet …

Een heel aantal cijfers juist -  meer dan de inzet terug gewonnen- was de sessie over Game-based learning.
Opzet was discussie aan de hand van een aantal stellingen. De stellingen op zich waren een déjà-vu : gamen is verslavend, is niet leerrijk, hoort niet of wel thuis in onderwijs, etc. De discussie toonde dat participanten vanuit hun leefwereld – of die van hun kinderen- nogal een éénzijdige visie hadden van gaming. Ze hadden het meestal over zeer uitgesponnen, dure games die uren en uren vragen om tot op een bepaald level te komen. Uiteraard niet de bedoeling van onderwijs.

Prachtig was het voorbeeld van een deelnemer van buitengewoon onderwijs die gaming gebruikt in haar lessen. Niet het “gamen” zelf, maar de trucs om tot een hoger level te geraken, om juist die voedingswaren te verkrijgen om je online beestjes te kunnen voeden. Zij gebruikt dus het gamen van die kinderen om hen sociale vaardigheden bij te brengen, om hen van elkaar te laten leren. Heel mooi!
Conclusie echter: “gamen” lijkt mij ontzettend boeiend om in te zetten tot de leeftijd van pakweg 14 jaar. Maar boeiend, ja!
Nog een mooi voorbeeld was de site van Nobelprize.org. of hoe je bv. het Pavlov principe kan uitleggen aan kinderen.

Over de De leraar als een liefhebber als liefhebber zal ik kort zijn: of de liefde voor het vak aanleerbaar, meetbaar, essentieel is: ik laat het liever over aan de mensen die daar hun brood mee verdienen. Voor mij is het een conditio sine qua non om het meer dan 20 jaar te doen …

Bingo, bingo was het met de Sociaal genetwerkte leraar: een meer dan verdienstelijke poging om het hele Facebook verhaal in een bredere educatieve context te plaatsen. De enthousiaste sprekers hebben waarschijnlijk de irrationele (?) aversie tegenover Facebook – en andere sociale netwersites niet kunnen omkeren (Twitter, Google +) maar ik hoop toch dat ze kiemen gelegd hebben … Als je weet dat bijna al je studenten een Facebookaccount  hebben, dat ze soms gesloten of zelfs secret groepen oprichten om buiten de lessen te communiceren over het lesgebeuren omdat ze dat gewoon verkiezen boven de soms zeer logge leerplatforms, dan vind ik- samen met de sprekers- dat je daar alleen maar voordeel kan uit halen.
Als aanvulling uiteraard!
Waar mijn haren van ten berge rijzen : nog een “aanvulling”?  Dan denk ik, ja, als je alleen naar VTM kijkt en geen kranten leest denk je misschien dat je op de hoogte bent. Ben je daar tevreden mee?

Een “special” voor de Mac gebruikers

De gebruiksvriendelijkheid van een Mac is spreekwoordelijk maar toch merk ik dat de gebruikers er soms niet alles uit halen.

Ik maak even een zeer kort lijstje.

  • Mail van Mac : klik zeker niet al die attachments open. Sommigen zijn toch niet relevant. Klik gewoon op “geef snel weer”. Er gaat geen enkel extra programma open en je kan toch alles perfect lezen. Veel tijd bespaard!
  • Voorvertoning: al eens op de Extra’s geklikt? Je kan er afbeeldingen mee verkleinen, annoteren, spiegelen, roteren. Geen extra programma nodig!
  • Doe je dikwijls dezelfde bewerkingen? Gebruik dan de meegeleverde Automator!
  • Wil je snel weten waarover een audiofragment gaat? Zoek hem dan op in de Finder: je kan het audiofragment beluisteren zonder iTunes op te starten.
  • Kopieer je soms webteksten maar kan je natuurlijk niets doen met die web lay-out en de bijhorende reclame? Zet de Teksteditor in je dock en kopieer daarin de ruwe tekst.

Even stilstaan …

Steve Jobs (1955-2011)

Deze blog heeft wat stil gelegen. Vakantie en hectisch begin van het academiejaar zijn daar niet vreemd aan.

En het even stilstaan gaat voort. De vele getuigenissen, gaande van Obama, Bill Gates, Larry Page tot de man en de vrouw in de straten van Tokyo, Parijs, Shangaï, enz. bewijzen dat ik niet alleen ben om het heengaan van Steve Jobs te betreuren.

Nieuwsberichten, kranten, ad hoc gemaakte filmpjes op YouTube : alle gingen in dezelfde richting. Een man die de wereld veranderd heeft, een visionnair.

Velen onder jullie zullen allicht de Stanford Speech beluisterd hebben : het zegt veel over de man, zijn charisma, zijn levenswijsheid, zijn visie.

Heb je dat nog niet gedaan, neem dan die 15 minuten tijd en laat even bezinken.

Ik houd hier geen pleidooi voor de Mac of  iProducten : de concurrenten doen min of meer hetzelfde, weliswaar zonder dezelfde passie voor doorgedreven esthetiek.
Maar ik bewonder de genialiteit van iemand die in het DOS tijdperk de computer tot in de huiskamers wou brengen en ze daarom gebruiksvriendelijk en visueel maakte. Iemand die jongeren met een onhandige walkman zag rondlopen en dan de iPod uitbracht. Iemand die een democratisch middel vond tegen muziekpiraterij en je nummertjes liet downloaden tegen 0,99. Iemand die van een GSM (bijna?) een plezier object maakt. En die ervoor gezorgd heeft dat je de papierberg op een aangename manier kan verminderen, dat je krranten en boeken echt digitaal kan lezen.

Steve Jobs heeft bijlange niet zelf alles uitgevonden, maar de ideeën die hij gaan halen is bij de concureentie heeft hij wel grondig verbeterd, er een kunstwerk van gemaakt.

Het omgekeerde kan niet gezegd worden.

Wine and Wine bottler : Windows app’s on a Mac

Wine bottler

Ik geef toe : de titel is hier wat misleidend, want neen,  ik ga het niet hebben over grands crus en zelfs niet over een streekwijntje.

Wine staat voor : Wine Is Not a Emulator … Maar wat is het dan wel?

Een progje dat je toelaat om Windows programma’s te draaien op een Mac (of Linux).
Je kan dat natuurlijk op andere manieren doen, bv. met de zogenaamde virtual machine. Parallels en consoorten installeren. Maar dan neem je de hele Windows mee. En daar hebben Mac gebruikers eigenlijk een broertje aan dood.

In de 4 jaar nu dat ik overgestapt ben op Mac ontbrak het mij maar aan één programma, nl. Irfanview. Voor alle andere programma’s had ik in een mum van tijd Mac alternatieven, en dikwijls beter. OK, ik kon meer dan mijn plan trekken met Voorvertoning om afbeeldingen te verkleinen etc. maar de kracht van Irfanview miste ik toch.

Hoe ben ik tewerk gegaan?

  • Wine gedownload
  • Zip versie van Irfanview gedownload (doe Cmd + F en typ in = zip)
  • In Wine bottler  :  Create Custom Prefixes
  • Copy only geselecteerd.

Irfanview werd naadloos geïnstalleerd en was meteen klaar voor gebruik.

Ik weet niet of ik Wine in de toekomst nog veel zal nodig hebben maar ik drink er alvast een glas op!

Christine

Onderhoud en grote kuis

Ik vergelijk graag een computer met een auto. Beiden zijn staaltjes van menselijk vernuft en zitten vrij ingewikkeld in elkaar en toch slagen de meeste mensen erin om die “engines” dagelijks te gebruiken. Voor een auto in theorie vanaf 18 jaar tot ?? , voor een computer ligt de leeftijdsgrens beduidend lager en hoger. En dat verwondert mij altijd maar weer.

Maar net als voor een auto weten de meesten niet wat er onder de “capot” ligt. En dat is ook niet nodig.

Edoch:  net als een auto moet die computer onderhouden worden.  En daar wringt dikwijls het schoentje. Met de auto gaan we trouw naar de garage en laten we meestal het onderhoud over aan professionals. Niet zo met de  computer. Daar moet je het zelf doen. Alleszins het gewoon onderhoud.  Even oplijsten wat zeker moet :

  • updates uitvoeren van het “operating system” : als Windows of Mac komen melden dat er een update is : zeker uitvoeren. De meeste updates zijn veiligheidsupdates.
  • ALLE, ALLE updates van het antivirusprogramma en dat zijn dagelijkse updates. Gelukkig kan je meestal instellen dat dat automatisch gebeurt, op de achtergrond.
  • updates van browsers zijn meestal ook aangewezen maar deze kunnen soms voor verrassingen zorgen en zijn meestal niet zo dringend.

Grote kuis

  • screen je computer regelmatig op programma’s die je niet (meer) gebruikt. En verwijder ze!
  • Windows : wordt je computer trager en trager en ligt het niet aan een virus?  Defragmenteer hem dan!

Blijft even vuil?

  • je geraakt maar aan 20 km/uur meer vooruit?
  • je hebt al het voorgaande gedaan?
  • maar één oplossing : een totale make over!  = herformatteren

Herformat?

Dit is specialistenwerk. Begin er niet aan als je niet zeker bent. Dan moet je echt naar de “garagist”.
AL je gegevens worden gewist en je begint van voren af aan. Met een volledige propere computer.

Maar het is de moeite waard! De levensduur van je computer wordt echt wel verlengd!

Allée, ‘t is lente : we gaan eraan beginnen!

Werkdruk

Het mag eens luidop gezegd worden: de werkdruk in het onderwijs is gigantisch toegenomen (of trap ik nu open deuren in?).
Ik hoor het dagelijks en heb zelf eens een vergelijkende analyse gemaakt.
Na 30 jaar on the field kan je dat, denk ik. Maar eigenlijk moet ik niet zover terug gaan. 10 jaar is genoeg denk ik. En dan zijn we meteen beland bij het ICT verhaal …

Eerste grote kennismaking was Eurocall 98 in Leuven, of all places. Stiekem binnengeslipt. Niet betaald. En begeesterd door wat de mannen van Hot Potatoes toonden. En aan de slag. Dezelfde avond nog. En collega’s meegesleept. De bal was aan’t rollen en de overuren tikten aan. Maar dat waren pioniers (?), enfin, mensen die er in geloofden.

10 jaar later moet iedereen mee. En het zijn geen Hot Potatoes meer. Je moet willens nillens je toeleggen op informatica, soms zelfs in de code duiken. Een halve wiskundige zijn terwijl je net een taalopleiding koos omdat je helemaal geen kaas had gegeten van wiskunde.

Je kan dus niet verder dan in te stappen in die ICT boot, een boot die je liever richting Caraïben zou zien varen.

Ik geloof er nog altijd in, in deze ICT boot,  maar ik besef hoe langer hoe meer hoeveel extra dat vraagt van onze lesgevers.
En ik pleit schuldig! Goed wetende dat als ik het niet was, het wel iemand anders zou geweest zijn.

Maar daar stopt het niet bij: Europa heeft beslist dat je je moet schikken naar haar Referentiekader. Ook niets mis mee. Integendeel! Maar het implementeren ervan vergt werk. Veel werk.

En dan komt er nog de Visie bij van de Vlaamse Regering. En die durft wel eens te wijzigen. Zeg nu zelf : Pascal Smet, Frank Vandenbroucke, Marleen Vanderpoorten. Wat hebben die mensen in gemeen? Weinig, hetzij hun ministerpost. Maar ze willen wel allen hun stempel drukken. Hervormen dus. Want als je dat niet gedaan hebt, heb je niets gepresteerd als minister …

Het laatste wat ik hoorde is dat  bij een wissel van inspecteurs ook weer nieuwe criteria gangbaar waren. Nieuwe bezems dus.
En die willen blijkbaar ook – of course!- hun stempel drukken.

Dit is dus waar  lesgevers tegenaan kijken.  Cursussen die ze maken. En aanpassen. Of handboeken screenen.
En ze hebben ook, daarbuiten, kinderen die ziek zijn, ouders die sterven …

En zie : ze slagen er in.  Ze maken zich die html codes eigen, ze zitten op Facebook, Twitter, samen met hun studenten. Ze maken heel ingewikkelde oefeningen, met audio, video, afbeeldingen. Ze zitten allemaal op het platform, gebruiken de mogelijkheden, treden in dialoog via forum.

Ze passen de richtlijnen van Europa toe, gaan naar bijscholingen. Ze gaan zelfs mee in die hervormingen van de Vlaamse regering. En ze passen de wisselende instructies van de inspectie toe.

Maar bovenal : ze blijven enthousiast! Ze houden van de klas. En ze willen de taal aanleren.

En ze doen ook extra’s : bv. een poëzie week.

This is a tribute to my colleagues!

Christine

Talen en vertalen …

We schrijven en lezen met zijn allen hoe langer hoe meer op het Internet, in moedertaal of vreemde taal. Dat een spellingchecker daarbij veel hulp kan bieden heb ik hier eerder al vermeld. Je installeert de add-on in Firefox en komt netjes je verkeerd gespelde woorden onderlijnen. Nog altijd met de rode pen weliswaar. Je kan natuurlijk grote didactische principes verwachten van Google maar duidelijk is het wel.

Maar wat met al de sites in vreemde talen? Je kan ze uiteraard laten vertalen door Google Translate en er ook een speciale knop voor installeren, maar dikwijls ben je gewoon op zoek naar dat éne woord en wil je helemaal geen stuntelige vertaling. OK, je hebt de context niet, maar een woord-naar-woord vertaling voor een beginnersniveau (praktische woorden) is toch vrij efficiënt.

Ook daarvoor is er een zeer goede add-on in Firexox : Google dictionary and Google translate. Je installeert de add-on, herstart je browser en bij elke dubbelklik op een woord dat je dan doet verschijnt netjes een vertaling.

Vervangt dit een goed woordenboek? Natuurlijk niet! Een goed woordenboek geeft voorbeelden in context, verwijzingen, uitdrukkingen.

Maar zeg zelf : als je dit in je mailbox krijgt : 租房 en je spreekt geen gebenedijd woord Chinees dan ben je wel blij als je weet dat dit over “te huur” gaat.
Niet dat ik meteen een vakantiehuis in China ga huren ;-) Maar ik heb wel, op een indirecte manier, veel te maken met Chinees.

Dus dit tooltje is handig voor mij maar ik denk ook voor vele anderen.

Traduire n’est pas toujours trahir …

En ja, ik blijf zweren bij Firefox als browser (en Safari voor ontwikkelaars). Onze Alma Mater niet. Installeert die niet standaard. Alleen op vraag en met een zekere weerzin. I keep wondering why …

Christine

REN Vlaanderen bijscholing

Vandaag naar een bijscholing (of is het nu na-scholing?) gegaan over geïntegreerd evalueren. Georganiseerd door de werkgroep Frans van REN.

REN Vlaanderen staat voor Regionaal Expertise Netwerk (Vlaanderen).  Wat die Vlaanderen daarbij komt doen lijkt mij niet direct een toegevoegde waarde maar het merk is alleszins sterker dan VIA. (Vlaanderen in Actie, yé!).  Want ik tegenstelling tot het laatste is de actie ter velde wel duidelijk zichtbaar. Er wordt grondig nagedacht en de opgedane kennis wordt verspreid.

Dat alles in het licht van de steeds wijzigende visieteksten van het Vlaams Verbond van het Katholiek Onderwijs. Ik dacht dat een “Visie” langer meeging dan 10 jaar, maar da’s misschien een typisch vrouwelijke interpretatie die iets heeft met lange termijn planning.

Kort waarover deze nascholing ging :  Geïntegreerd evalueren. M.a.w. : in evaluatieschema’s proberen we de discussie en vooral de artificiële kloof  tussen kennis en vaardigheden te overstijgen door op een vaardige en communicatieve manier “examen” vragen op te stellen.

Maar daar wringt natuurlijk het schoentje : want was is immers communicatief?

Wat het NIET is, is duidelijk : losse zinnetjes omzetten in de verleden tijd, bv. Alleen reproductie vragen.
De grens echter tussen een “transfer” en echt communicatief zijn is soms dun …

Communicatief is mijn ogen uitgaan van de leefwereld van de cursist, een context creëren waarin hij zich thuis voelt en van waaruit hij taalhandelingen kan doen die hij/zij in “in het echte leven” ook zal moeten doen.

We kregen tal van “examenvragen” die we moesten beoordelen : is het “reproductief”, “transfer” of “communicatief”.

En dat was het grote pluspunt van de nascholing : al die concrete voorbeelden. Je merkt meteen dat je een aantal oefeningen op een andere manier interpreteert.

Wat mij wel enorm stoorde in de voorbeeldvragen : (het gaat hier over vreemde talen!): de prominente aanwezigheid van het Nederlands in de instructies.

In het volwassenen onderwijs hebben we op het CLT van bij den beginne (1973!!!) duidelijk de kaart getrokken om ALLES van bij het begin in de doeltaal te formuleren. Deels uit noodzaak (al onze verschillende nationaliteiten) maar ook uit overtuiging. Het argument “als je het in de doeltaal stelt, reik je de cursist al de taalmiddelen aan en kan je niet evalueren” vind ik ronduit zwak. Alles hangt af van je vraagstelling …

Wat ook bijblijft : die immer aanwezige bekommernis om juist dat deeltje van de grammatica te testen, of van de woordenschat.

Men blijft zich in allerlei bochten wringen om eigenlijk, via een communicatieve omweg, de “deeltljes” te testen.
En geef toe : wat willen we? Hebben die cursisten wel geleerd wat wij hen met bloed en tranen hebben aangeleerd?

En , ja : wij doen hetzelfde. We proberen het communicatief te doen, maar de output die we willen is dat ze bewijzen dat ze het allemaal geassimileerd, pardon, geïntegreerd hebben. Toch wat herzien, die zaak!

Besluit:
Ja, het was het nuttige bii (na-)scholing.
Ja, REN doet schitterend werk.
Maar altijd weer : Volwassenonderwijs is anders dan SO.

Dat zijn blijkbaar 2 werelden?  En daar- eigen interpretatie- ben ik het niet mee eens. Beschouw de S.O. leerlingen als volwassenen in wording. Behandel ze ook als dusdanig.  Bevestig hun talig zijn. En dan kan “Vlaanderen” misschien weer prat gaan op zijn talenkennis.

Christine

Facebook als communicatiemiddel met en voor studenten?

Vorige woensdag hadden we een workshop over wat we in afstand aan studenten kunnen aanbieden en hoe we daar feedback kunnen op geven.

Het leuke aan de workshop -onafgezien van de intrinsieke kwaliteit- was dat er een carrousel opgezet werd.

Twee collega’s kregen telkens gedurende 25 minuten de tijd om te tonen wat zij deden op afstand en hoe ze feedback aanpakten.

Er blijven natuurlijk altijd sceptici – en dat is ook hun goed recht!- maar de overgrote meerderheid vond ditmaal de workshop … te kort. En dat zegt boekdelen!

Maar to the point nu: sommigen willen veel verder gaan dan het leerplatform toelaat maar zweren bij hoog en bij laag bij de “geslotenheid” : niemand mag weten wat hier aan de gang is, privacy van de studenten, etc.

Filmpjes uploaden, foto albums, chatten met studenten : het zou allemaal mogelijk moeten zijn binnen het leerplatform.

Respect voor privacy van de studenten, daar kan ik inkomen. Veel minder in het verhaal : wat wij doen is alleen voor ons. Kennis delen is immers één van mijn dada’s. En Wikipedia zou er nooit gekomen zijn zonder dat ideaal. Maar ik dwaal dus weer af …

Waar ik eigenlijk toe wil komen is dat je niet telkens opnieuw het warm water moet uitvinden. En dat je dankbaar gebruik moet maken van wat anderen voor jou gedaan hebben. Zoals de zeer controversiële  Mark Zuckerberg het voor ons gedaan heeft.

Een collega had het lumineuze idee om op zondag een volledig gesloten groep op te richten op Facebook. Nog geen 10 minuten later waren we met 4 volop aan’t chatten over de mogelijkheden voor studenten. En aan ‘t testen hoe gesloten die groep nu wel was.
12 uur later is de helft van de CLT lesgevers lid …

Je kan dus een “gesloten groep” aanmaken : berichten, foto’s, filmpjes etc. alleen maar zichtbaar voor wie lid is van de groep. Groep zelf en zijn leden blijven zichtbaar.

Maar je kan het ook nog spannender maken en een “secret” groep oprichten : hoe clever je ook bent, je vindt die niet …

Blijft de vraag : maar die Mark Zuckerberg dan? Ik geef toe : die zal die wél vinden. Als hij de honderdenduizenden “secret groups” afdweilt en dan nog zijn geeuw  kan onderdrukken.

Ik kan niet wachten tot hij een soort Wikileaks uitbrengt met de taalspinsels van onze studenten.

Christine

Online begeleiden en Audio feedback (Toll-shop)

Toll-net organiseert naast de inmiddels bekende toll-cursus ook een aantal workshops. Eén van die workshops die ik gisteren samen met mijn collega Katrien bijwoonde ging over “Online begeleiden en opvolgen van cursisten, de sleutel tot succesvol e-leren!”

In wezen is die begeleiding niet zo verschillend  als wat je in het contact onderwijs doet. Even de belangrijkste elementen :

  • Je probeert zeker de cursist te stimuleren en hem te bevestigen in wat hij goed doet. (Dat is toch ook wat we doen met onze kinderen, niet?)
  • Je ziet de cursist als een gelijke van wie je ook iets kan leren. En je laat hem dat ook weten. (Deden ze dat maar een beetje meer in ons S.O of zelfs hoger onderwijs ipv steeds met het vingertje te wijzen!)!
  • Je probeert hem op een hoger niveau te trekken door niet zelf de oplossingen aan te reiken maar een aantal vragen te stellen waardoor hij gaat nadenken.
  • Je maakt je feedback bondig en gestructureerd. Feedback dient niet om jouw literaire talenten ten toon te spreiden!
  • Je speelt uiteraard nooit op de persoon. Ook online is de tijd van de lijfstraffen en ezelsoren gelukkig voorbij ;-)
  • Humor maakt leren aangenamer.

Wat is er dan wel verschillend in het online verhaal?

  • je moet duidelijk maken dat je aanwezig bent online . Dus : een (redelijk) snelle reactie op een forum bv.
  • je reacties zijn meestal schriftelijk en scripta manent : verzorg je taal!
  • humor kan je aangeven door gebruik van emoticons , maar overdrijf daar niet mee
  • niet in Toll-shop meegegeven maar eigen inbreng ;-) : vermijd hoofdletters en onderlijnen online. Hoofdletters komen immers snel agressief over en bij onderlijnen wil men verder klikken …

Voor zover het schriftelijk verhaal …

De Toll-shop stelde echter een alternatief voor, nl. de audio feedback.

Technisch is dat niet moeilijk : je installeert het gratis programma Audacity (Windows + Mac),  drukt op de record knop, slaat het op als .mp3 en stuurt het door naar de cursist of dropt het op het leerplatform. BTW : Wavepad doet dat even goed

Belangrijkste vraag : wat winnen we daarbij? Cursisten en lesgevers?

Ik moet eerlijk bekennen dat ik nog niet bekeerd ben …

  • Vanuit het oogpunt van de cursist kan deze audio feedback een persoonlijker noot zijn, en als dusdanig positiever ervaren worden. Of je meer nuanceert, zoals in de toll-shop gesteld wordt, dat durf ik echt te betwijfelen. Ik denk dat ik mijn woorden meer wik en weeg als ik schrijf. Bovendien denk ik ook dat een cursist soms in de huiskamer werkt, of op kantoor. Audio kan soms zeer intrusief zijn. Ik Skype bv veel, ook met huisgenoten of vrienden, maar de audio (het bellen dus)  wordt altijd vooraf gegaan met een korte chat : “Stoort het niet als ik bel?”. Soms wel, soms niet.
  • Vanuit het oogpunt van de lesgever dan. Heel goed aan de toll-shop: je wordt zelf aan het werk gesteld en moet feedback geven.
    Maar wat blijkt? Eigenlijk moet je je feedback, of althans de hoofdpunten ervan eerst op papier zetten. Als je een klein beetje perfectionistisch bent herbeluister je de opname. je maakt ze opnieuw. Knipt de “eh’s ” eruit, enz.  Zeker geen tijdswinst, integendeel. En het e-leren vergt al zoveel meer van de lesgever.

Dus neen, echt overtuigd ben ik niet, maar ik wil er best eens mee experimenteren.

Laatste deeltje van de shop : Voice Thread : een web 2.0 tool. Cursisten kunnen feedback geven op elkaar, of op wat de lesgever gezegd heeft. Het is een mooitooltje, je hoeft er niets voor te downloaden, werkt vrij gemakkelijk.

Maar ook daar: ik vrees dat de realiteit anders is. Ik zie mijn cursisten niet vlug audio inspreken online. De cultur is er nog niet. Maar die kan misschien nog komen. Lijkt een uitdaging maar ik waarschijnlijk : for the happy few. En daar wringt het schoentje ook bij al wat te maken heeft met e-learning: Uiteraard moet de lesgever opgeleid zijn. Maar wat als de cursist dat niet is? Moet die dan afgestraft worden? Afgeschrikt.

En  ik kruip dan even terug in de rol van de (taal) lesgever: ik hoor een cursist commentaar leveren en die zit vol fouten. Is misschien zelfs onbegrijpbaar. Wat doe ik dan?

De Web 2.0 tools springen de pan uit. Sommigen zijn zeker inzetbaar voor onderwijs maar voor Voice Thread ben ik althans niet klaar. Als er zoveel van de lesgever gevraagd wordt verkies ik eigenlijk Skype : synchroon en natuurlijk.

Anderen kunnen uiteraard een andere mening toegedaan zijn. Ik kijk uit naar reacties en “good practises”.

Christine